19 juli 2009
Saai
Kinderen zijn eerlijk, althans ze kunnen nog niet zo goed liegen. Ze weten niet precies wanneer het sociaal gewenst is hun werkelijke mening voor zich te houden of eventueel 'aantrekkelijker' te presenteren. Mijn zoontje, die ik uiteraard regelmatig mee neem naar musea, vindt musea saai. Alle musea? Hij zegt van wel, maar dat is niet waar. Dit voorjaar bijvoorbeeld waren we in Istanboel en daar bezochten we het nationaal archeologisch museum. Van buiten een tempel en van binnen een aaneenschakeling van grijze en beige tentoonstellingszalen met daarin een onafzienbaar aantal vitrines, grotendeels gevuld met aardewerken potten, al dan niet aan diggelen. Miljoenen grijsbruine scherven.
Übersaai zou ik zeggen, maar niet voor mijn zoontje. Hij liep van de éne naar de andere vitrine, maakte foto's met zijn mobieltje en raakte regelmatig achterop bij de rest van het gezin. Toen we weggingen straalde hij nog. Dit was allerminst een saai museum. Een paar weken eerder had hij immers zijn eerste les in pottenbakken gehad. Gegrepen door de techniek en gegrepen door de vele vormen was hij gefascineerd geraakt door klei. Voor hem was dit museum een schatkamer.
Saai is het boek dat je niet weet te boeien, saai is de tentoonstelling met spullen die je niets te zeggen hebben. Saai is een ander woord voor betekenisloos en dat is precies het probleem waar musea mee worstelen. Vaak geven ze de bezoeker de schuld. Die moet beter zijn best doen, want het verhaal is 'toch werkelijk belangrijk'. Of ze verpakken het in een belevenis. 'Als we er een attractie van maken dan vinden ze het misschien wel leuk, en wie weet, misschien blijft er wat hangen'. Maar een belevenis is symptoombestrijding, het lost de werkelijke kwaal niet op. En die kwaal is dat de betekenissen die het museum probeert over te brengen vaak slecht aansluiten op de leefwereld en de interesses van nieuwe generaties. Musea worden beheerd door mensen die hun best doen hun kijk op de spullen over te brengen. Maar de fascinaties van de archeologen in dat museum in Istanboel zijn ongetwijfeld heel anders van aard dan de fascinatie van mijn zoontje die opeens een groot aantal voorbeelden zag om zelf mee aan de slag te gaan. Hij was geïnspireerd geraakt.
Fascinaties
De vraag hoe het Glasmuseum relevantie kan behouden voor deze en komende generaties is een maatschappelijke vraag. In het najaar van 2007 hebben wij met docenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, Faculteit Kunst, Media en Technologie deze vraag van alle kanten bekeken. Het antwoord was simpel en complex tegelijk: beperk je niet tot de zienswijze van de kunsthistoricus of de conservator maar vraag ook wat de glasblazer te zeggen heeft, en de verzamelaar, de fabrieksdirecteur, de ontwerper, de slijper en ieder ander die 'iets' met glas heeft. Het zijn deze sterk verschillende fascinaties die we kunnen gebruiken als katalysator voor de sluimerende interesses van onze bezoekers.
Wij hebben besloten al die verhalen aan te bieden als multi-mediatour op een iPod Touch. Met dit apparaatje heeft de bezoeker toegang tot die zienswijzen en fascinaties die hem of haar het meeste raken. Met eenvoudige gaming-technieken leert het systeem de voorkeuren van de bezoeker kennen. Dit betekent dat echte kenners tot de uiterste grenzen van de in het systeem opgeslagen kennis kunnen doordringen maar ook dat de toevallige passant een eenvoudige route kan kiezen die zijn of haar basale vragen beantwoordt. Niet de kennis van de conservator staat centraal in het nieuwe museum maar de fascinaties van de bezoeker.
Arnoud Odding