10 januari 2008
Peter van Assche ontwerpt nieuw Glasmuseum
Wat doet een architect die de opdracht krijgt om twee oude dijkvilla's te verbouwen tot het nieuwe Nationaal Glasmuseum? Hij maakt er één museum van door de panden over alle vier de verdiepingen met elkaar te verbinden door ranke tentoonstellingsbruggen. Tentoonstellingsbruggen die dienst doen als lange vitrines met een panoramisch uitzicht over het Lingelandschap aan de voorzijde en de nieuwe beeldentuin aan de achterzijde. De panden zelf besluit hij alleen maar op te knappen, want die zijn prachtig van zichzelf.
In de afgelopen maanden heeft architect Peter van Assche van het Amsterdamse Bureau SLA gewerkt aan plannen voor de renovatie en uitbreiding van het Nationaal Glasmuseum Leerdam. Deze plannen zijn in een stroomversnelling geraakt omdat het museum in 2007, samen met Woningbouwcorporatie CWL en de Gemeente Leerdam, de buurvilla van het Glasmuseum heeft kunnen verwerven. Het museum is al sinds de oprichting in 1953 gevestigd in het woonhuis van P.M. Cochius, de beroemde directeur die de Leerdamse glasfabriek aan het begin van de 20e eeuw internationale bekendheid gaf. Ook de nieuw verworven villa is gebouwd in opdracht van de fabriek, als onderkomen voor de technisch directeur.
Het leek een tegenstrijdige vraag die de museumdirectie aan architect Van Assche stelde: laat beide panden in hun historische waarde maar maak er wel één museum van. Die opdracht heeft Van Assche letterlijk genomen. De met lexaan en strekmetaal vitrinebruggen sluiten aan op bestaande muuropeningen zoals dakramen en balkondeuren. De interne structuur met kamers blijft zoveel mogelijk intact en wordt in enkele gevallen zelfs gereconstrueerd, maar door de lange bruggen ontstaan zichtlijnen tot wel 35 meter. De totale vloeroppervlakte voor het publiek verdrievoudigd in het nieuwe plan.